Creatief in tijden van schaarste
Toen Zorg Leuven zes jaar geleden aan een traject rond toekomstgericht werken in de thuiszorg begon, met de steun van het Fonds Dr. De Coninck, wilde ze enerzijds de thuiszorg klaarmaken voor de uitdagingen van de toekomst en anderzijds ademruimte creëren voor haar medewerkers. De druk op de zorg vroeg om werkbaarder werk. Vandaag is die druk nog toegenomen, personeel schaarser en zijn zorgvragen complexer. Toch kiest Zorg Leuven niet voor terugplooien. Ze schaalt het project rond toekomstgericht werken op.
“Wat we met Zorg Leuven doen”, zegt Bieke Verlinden, voorzitter van Zorg Leuven en schepen van stad Leuven, “gaat niet alleen over anders organiseren, maar over zorg werkbaar houden voor medewerkers én voor cliënten. In tijden van schaarste moeten we durven investeren in wat mensen ondersteunt: flexibele werkvormen, digitale tools zoals de Zorg@Home-app, maar ook de kracht van multidisciplinaire teams die snel kunnen bijspringen met coaching of kortdurende interventies aan huis.”
“Tegelijk bereiden we ons als stad voor op een complexere toekomst”, zegt Bieke Verlinden. “Initiatieven zoals woonzorgcentrum Booghuys, Casa Clementina maar ook De Boomgaard tonen hoe wonen, zorg en ondersteuning anders kunnen samenkomen. De zorg zoals we die vroeger organiseerden, volstaat niet meer voor morgen. Daarom zetten we binnen onze eigen organisaties, over alle departementen heen – van kinderopvang tot thuiszorg en ouderenzorg – sterk in op samenwerking en leren van elkaar.”
Maar dat alleen zal niet volstaan. “We zullen over partners en sectoren heen radicaal moeten verbinden, vertrekkend vanuit de zorgvraag zelf, om samen het meest gepaste antwoord te bieden: liefst zoveel mogelijk thuis en als dat niet kan, in de buurt. Dat vraagt dat het volledige zorg- en ondersteuningsaanbod zich blijvend aanpast aan de reële zorgnoden van mensen. Zorginnovatie – van hoogtechnologische toepassingen tot sterke ondersteuning van mantelzorgers en alerte, zorgzame buurten – helpt ons die beweging maken. Dat is de weg die we met Zorg Leuven zijn ingeslagen en waarop we met de verdere ontwikkeling van onder andere de Zorg@Home-app en Casa Clementina bouwen aan een echt netwerkgerichte zorg.”
In tijden van schaarste moeten we durven investeren in wat mensen ondersteunt
—“De druk op de zorg is inderdaad niet nieuw”, zegt Sara Van Osselt, stafmedewerker thuiszorg bij Zorg Leuven, die het traject trekt. “Maar we voelen dit harder vandaag. Door de toenemende impact van het personeelstekort moeten we gericht investeren in duurzame versterking van de teams. Nieuwe medewerkers aantrekken is nog moeilijker geworden.” In Leuven vissen de verschillende gezondheids- en welzijnsvoorzieningen in dezelfde spreekwoordelijke vijver naar talenten. Elke nieuwe medewerker wordt daarom zorgvuldig ondersteund: van selectie tot opleiding en begeleiding op de werkvloer. Tegelijk zetten de teams zich flexibel in om afwezigheden op te vangen – het ziekteverzuim ligt hoog – en te blijven inspelen op de steeds complexere zorgvragen van de cliënten. Dat maakt een organisatie kwetsbaar maar zorgt er ook voor dat we opportuniteiten moeten zoeken om ons verder te versterken en te blijven groeien.
De kern van het traject rond toekomstgerichte zorg, dat op deze uitdagingen een antwoord zoekt, is dezelfde gebleven als in het eerste traject: flexibele uurroosters, digitalisering en competentiemanagement. Maar waar het toen ging om experimenteren en overtuigen, gaat het vandaag over verdiepen en opschalen. “De meerwaarde van die drie pijlers samen is duidelijk”, zegt Van Osselt. Net omdat ze elkaar versterken, blijft Zorg Leuven erop inzetten.

Opmaak werkplanning: een uitdaging
Flexibele uurroosters geven medewerkers meer greep op het evenwicht tussen werk en privéleven, maar dit vraagt blijvende afstemming. “We merken dat medewerkers hun flexibele uurrooster gaan beschouwen als vastgeklikt, verworven. Ze beginnen bijvoorbeeld graag om 8 uur omdat ze dan in de namiddag tijdig aan de schoolpoort kunnen staan, terwijl de uren tussen 8 en 10 door cliënten net minder worden gevraagd.”
Van Osselt ontwaart daar toch ook de blijvende impact van de coronapandemie, toen we met zijn allen anders gingen werken. “We merken een mentaliteitswijziging op de werkvloer vandaag.” Bij nieuwe projecten is er wat meer terughoudendheid, medewerkers hebben andere eisen en verwachtingen en bewaken strakker hun grenzen. “Het evenwicht tussen wat medewerkers willen en wat de dienst nodig heeft, blijft een uitdagende puzzel.” Planners moeten regelmatig in overleg gaan met hun medewerkers om hen te overtuigen om flexibel te zijn. Dit is een intensieve evenwichtsoefening tussen de werk-privébalans van de medewerkers en de noden van de dienstverlening. Via infosessies en sensibilisering worden ze hierin nu ondersteund.
Tegelijk krijgen planners te maken met cliënten die veeleisender en mondiger zijn geworden. Recent kwam daar nog een factor bij die de organisatie van de thuiszorg bemoeilijkt. “De prestatiegraad staat onder druk, doordat cliënten vaker kiezen voor minder of kortere zorgmomenten”, zegt Van Osselt. “Ze houden meer de knip op de beurs en besparen op zorg nu het leven in het algemeen duurder is geworden. Ook merken we de trend bij cliënten dat zij bij het wegvallen van een hulpbeurt door de vaste medewerker, geen vervanging meer wensen. En we hebben bovendien af te rekenen met druk op de subsidies en de gevolgen van andere

Digitale zorg mag nooit fysieke nabijheid vervangen, alleen aanvullen
—E-learnings
Nochtans wil dit niet zeggen dat cliënten minder zorg nódig hebben. “De zorgvragen worden complexer.” In de omgeving van Leuven bevinden zich een aantal grote (psychiatrische) voorzieningen. Door de afbouw van bedden daar komen thuiszorgmedewerkers vaker terecht in complexe situaties, die andere vaardigheden vergen. “Onze medewerkers moeten sterk in hun schoenen staan”, zegt Van Osselt. Ze moeten grenzen stellen en focussen op de doelen van de cliënt.
Onder het opschalingstraject heeft Zorg Leuven de uren voor coaching op het terrein daarom nog opgetrokken zodat ze medewerkers daarbij kan ondersteunen. Via korte e-learnings krijgen ze praktische vaardigheden aangeleerd en in een opleiding van 6 dagdelen leren alle medewerkers, ook het bureauteam, over grenzen stellen, verbindende communicatie, klantgericht handelen, zelfzorg en weerbaarheid.
Hybride zorg: evenwicht bewaken
Ook de derde pijler – digitalisering – is sinds het initiële traject nog belangrijker geworden. De Zorg@Home-app, op de tablet van de medewerkers, is nu vaste prik in de dagelijkse werking. Meer dan het fysieke cliëntenboekje is het een manier om informatie en signalen vlot door te geven aan collega’s en andere interne diensten. “We willen graag de app delen, zodat andere thuiszorgdiensten hiervan ook kunnen gebruikmaken. We botsen momenteel op juridische beperkingen, maar we werken aan oplossingen.”
De toegang voor de cliënt en de mantelzorgers tot de app wordt momenteel wel mogelijk gemaakt. Maar daarmee dook een nieuwe uitdaging op: de digitale kloof bij cliënten. “We checken nu de digitale inclusie en versterken die waar nodig, via opleidingen aan onze medewerkers. Zij kunnen op hun beurt hun cliënten wegwijs maken in allerlei digitale toepassingen. Cliënten leren zo vaardigheden die ze in de rest van hun dagelijks leven ook kunnen gebruiken.”
Thuiszorg van Zorg Leuven onderzoekt verder hoe ze met hybride zorg, een combinatie van digitaal en fysiek contact, kunnen tegemoetkomen aan de stijgende zorgnoden en de complexere zorgvragen van cliënten. Korte contactmomenten met beeldbellen bijvoorbeeld voor mensen die kampen met eenzaamheid of psychische problemen. Toch wil Zorg Leuven fysieke zorg zeker niet afbouwen. “Digitale zorg mag nooit fysieke nabijheid vervangen, alleen aanvullen.”
Netwerk rond cliënten bouwen
Opschalen betekent ook breder kijken dan de formele zorg. Buurtgerichte zorg krijgt een centrale plaats, om een zo sterk mogelijk netwerk te bouwen rond de cliënt, met professionele én informele zorg. In een stad waar een op de twee inwoners alleenstaand is en netwerken verschralen, wordt het versterken van informele zorg en toeleiden naar bijvoorbeeld de lokale dienstencentra van Zorg Leuven of andere partners cruciaal. “We bouwen samen met partners mee aan netwerken rond cliënten,” zegt Van Osselt. “Met buren, vrijwilligers, lokale organisaties zoals lokale dienstencentra, buurtcentra of wijkgezondheidscentra.” Kleine verbindingen maken een groot verschil. Diensten gezinszorg hoeven immers niet in alles zelf de expert te zijn – expertise kan de cliënt ook elders in het netwerk vinden. Jawel, schaarste stimuleert creativiteit!