Een luisterend oor, een nieuwe start
Dankzij een project rond straatverpleging konden de voorbije jaren in Oostende meer dan 350 dak- en thuisloze mensen rekenen op medische zorg, psychische ondersteuning en begeleiding. Voor sommigen betekende dat zelfs een terugkeer naar een eigen woning. Het verhaal van Roger illustreert hoe snel iemand in een kwetsbare situatie kan belanden, maar ook hoe gerichte hulp het verschil kan maken.
Dankzij de mensen van de straatverpleging heb ik mijn leven weer een beetje op orde gekregen.
— Roger, voormalig daklozeDankzij de mensen van de straatverpleging heb ik mijn leven weer een beetje op orde gekregen.” Het is de mening van Roger*, een voormalige dakloze die dankzij de begeleiding van o.a. de straatverplegers nu in een bescheiden flatje in Oostende woont. Daar krijgt hij nog geregeld bezoek van Claudine Scheldeman en Annick Vantroyen, de twee straatverpleegkundigen die hem samen met andere hulpverleners weer op de been hielpen.
Iedereen kan thuis- of dakloos worden, zo leert het verhaal van Roger. Hij had al dertig jaar een vaste baan in de automobielsector, maar was gescheiden en wilde zijn twee dochters financieel helpen. Daardoor kon hij enkele maanden voor hij op pensioen zou gaan de huur niet meer betalen en werd hij uit zijn huis gezet. Omdat hij geen adres had, kon Roger geen post ontvangen. Daardoor ontving hij zijn ontslagbrief niet, waardoor hij zijn pensioen misliep. Zo raakte hij nog verder in de miserie, en ook met zijn gezondheid ging het snel bergaf. “Ik ben er eigenlijk ingerold. Zoiets overvalt je, en vervolgens zie je geen toekomst meer”.
Het was dankzij de goede zorgen van Claudine en Annick dat Roger zijn leven langzaam weer op de rails kreeg. Ze hielpen niet alleen met de noodzakelijke medische zorgen, maar boden ook een luisterend oor en verwezen hem door naar de juiste mensen die hem konden helpen om zijn papierwerk opnieuw in orde te krijgen. “Dankzij hun hulp en die van de opbouwwerkers lukte dat, maar de stap naar hulp is soms erg moeilijk als je je hele leven gewoon was om alles zelf te regelen”, aldus Roger.
Roger is lang niet de enige met zo’n verhaal. In Oostende overleeft een grote groep dak- en thuisloze personen, blijkt uit de cijfers. In 2022 registreerde de stad ruim duizend mensen die grotendeels op straat leefden, 778 volwassenen en ook 348 kinderen. Daar bovenop kwamen nog eens 237 vluchtelingen uit Oekraïne, die ook vaak op straat moesten leven bij gebrek aan middelen of opvang.
We proberen mensen een veilig gevoel te geven, bieden een luisterend oor en wijzen hen door naar de juiste mensen die hen verder kunnen helpen.
— Annick Vantroyen, straatverpleegkundigeClaudine begon in oktober 2022 in het voormalige Psychiatrisch Expertise Team (PET) van Covias, een koepel van organisaties die in Noord-West-Vlaanderen zorgt voor begeleiding van mensen met een psychische kwetsbaarheid. In samenwerking met het Wit-Gele Kruis West-Vlaanderen ontstond het project voor straatverpleging binnen het geïntegreerde team Eerstelijnszorg Middenkust van Covias. “Het werd gezien als een mogelijkheid om een groep die heel moeilijk is te bereiken, toch te helpen.” Claudine begon haar werk door zoveel mogelijk organisaties te bezoeken en haar kenbaar te maken, zodat ze voor de mensen in de nachtopvang of in opvanghuizen een bekend en vertrouwd gezicht werd. Ook werkt ze nauw samen met de ‘community health workers’ in de stad, die mensen helpen bij de zoektocht naar een huisarts, met straathoekwerkers, opbouwwerkers, Dokters van de Wereld, het CAW en AZ Oostende. “Zo heb ik langzaam maar zeker een netwerk opgebouwd, en ervoor gezorgd dat we heel laagdrempelig bereikbaar waren.”
Later kwam ook Annick bij het team. De twee psychiatrisch verpleegkundigen moeten vaak bij de basis beginnen. Verzorging van wonden, vooral aan de voeten, of helpen met een betere hygiëne. Zo zorgen ze ervoor dat mensen in het Doorgroeihuis, waar ze een kamertje hebben, af en toe een douche kunnen nemen. Soms gaan ze ook op zoek naar extra kledij voor de mensen. “En zo bouw je vertrouwen op en beginnen mensen vaak te spreken”, vertelt Annick. “We proberen hen een veilig gevoel te geven, bieden een luisterend oor en wijzen hen door naar de juiste mensen die hen verder kunnen helpen.”

Dat die aanpak werkt, blijkt uit de cijfers. Sinds de start konden Claudine en Annick al 361 daklozen bereiken. Bijna honderd personen zijn bezig aan een hersteltraject om beter te worden, achttien anderen hebben zo’n traject afgerond en zijn volledig hersteld, en nog eens 44 mensen zijn gedeeltelijk hersteld. “Dankzij die goede samenwerking met andere zorgdiensten is het vangnet voor kwetsbare inwoners van Oostende aanzienlijk sterker geworden”, zegt Sahar Kharaghanipour, coördinator van het project.
Dankzij de steun van de Koning Boudewijnstichting en de Fondsen Renson, Fabiola en Dr. Daniël De Coninck, allen beheerd door de KBS, kon het project worden uitgebreid met tien extra werkuren per week. “Die uitbreiding verhoogt de continuïteit en de bereikbaarheid van de straatverpleging”, vertelt Muriel Schoeters, coach van de straatverpleging bij Covias. Dat is volgens de straatverplegers voor veel mensen erg belangrijk. “Mensen die dakloos worden, staan soms wat weigerachtig tegenover hulp. Ze hebben het vertrouwen in de hulpverlening een beetje verloren. Daarom moet je tijd hebben om dat vertrouwen terug te herstellen. En dikwijls hebben ze verschillende moeilijkheden die elkaar versterken. Vaak is er ook alcoholmisbruik of druggebruik. Het zijn geen problemen die je snel-snel oplost. Daarvoor heb je tijd en middelen nodig.”
Maar Claudine en Annick hebben geduld, en ze doen hun job uit volle overtuiging en met passie. “Wat ik heel mooi vind, is hoe dankbaar die mensen kunnen zijn, ook voor het weinige dat we soms maar kunnen doen. Als je iemand die je kent in het weekend tegenkomt op straat en gewoon een goeiedag zegt, dan zijn ze al blij. Degenen die er bovenop komen zijn ook de eerste om hun deuren te openen voor anderen. Zij hebben erg veel empathie”, vertelt Claudine. Bij enkele mensen die ze konden helpen, zoals Roger, springen Claudine en Annick nog geregeld binnen, om te zien of alles goed loopt. En af en toe gaat het zelfs een klein stapje verder. “Straks ga ik met iemand die we hebben geholpen voor de eerste keer badmintonnen,” zegt Claudine, met een lach op haar gezicht alsof ze het zelf nog niet helemaal gelooft. Dat doet ze in haar rol van trajectbegeleider voor mensen die werken aan hun stapsgewijze re-integratie in de maatschappij. Het zijn die kleine overwinningen waardoor Claudine en Annick iedere dag opnieuw met frisse moed de straat opgaan.
*Roger is een fictieve naam.
