Van de draaideur van spoed een toegangspoort maken
Mensen met een opeenstapeling van psychische, sociale en medische problemen belanden bij elke nieuwe crisis op de spoeddienst, zonder dat er nadien iets verandert. Voor deze doelgroep heeft het UMC Sint-Pieter in Brussel nu een casemanager, die de versnipperde zorg rond één patiënt coördineert.
Andréa, 59 jaar, komt aan voor overleg op de spoeddienst van het UMC Sint-Pieter in Brussel. In het doolhof van gangen begroeten verpleegkundigen en artsen haar alsof ze elkaar al lang kennen. Dat is ook zo: Andréa is een vaste bezoeker van de dienst. In 2025 kwam ze er bijna negentig keer langs.
Patiënten zoals zij – mensen die uitzonderlijk vaak op de spoeddienst terechtkomen – zijn in dit ziekenhuis in de Brusselse Marollen met een twintigtal*. Mannen en vrouwen die vaak geen deftig dak boven het hoofd hebben, en die daar bovenop kampen met verslaving en een ernstige psychische kwetsbaarheid. Ze lopen verloren in het klassieke zorgsysteem.
Dat zet het ziekenhuis voor een lastige uitdaging. “Door deze toestroom van veelbezoekers wordt de spoeddienst overbelast, en staat de ziekenhuiscapaciteit onder druk”, zegt Julien Vande Weyer, maatschappelijk werker in UMC Sint-Pieter. “Bovendien lost deze crisisaanpak hun medische problemen niet op. Hun gezondheid komt verder onder druk te staan. Gevolg: patiënten keren steeds meer uitgeput terug naar de spoeddienst, die nog hun enige houvast is.”
Een basis van vertrouwen
Om die vicieuze cirkel te doorbreken, diende de vzw Interstices UMC Sint-Pieter, die nauw samenwerkt met het ziekenhuis en met partners uit het zorgnetwerk, een project in voor de oproep ‘Eerstelijnsdiensten helpen om betere zorg te bieden aan dak- en thuisloze personen met een verslavingsproblematiek’ van het Fonds Dr. Daniël De Coninck en de Koning Boudewijnstichting.
“Dankzij die steun kunnen we zorgverleners meer sensibiliseren en opleiden rond deze doelgroep”, zegt Frédéric Loboz, directeur van Interstices. “We kunnen het moment waarop deze patiënten op spoed terechtkomen aangrijpen om overleg tussen verschillende zorgpartners op gang te brengen. Zo proberen we beter in te spelen op hun complexe noden.”
Het ziekenhuis heeft daarvoor al negen maanden een casemanager voor patiënten die een geïntegreerde aanpak nodig hebben, waarin medische zorg, psychologische ondersteuning en sociale begeleiding samenkomen. “Het doel is dat mensen opnieuw greep krijgen op hun situatie”, zegt Julien Vande Weyer, die deze rol combineert met zijn werk als maatschappelijk werker.
“Bij patiënten die vaak op spoed komen, probeer ik eerst een band op te bouwen. Ik wil tonen dat iemand naar hen luistert en zich om hun situatie bekommert.” Dat betekent soms gewoon tijd maken: naast hen gaan zitten, met hen meelopen wanneer ze buiten een sigaret roken, praten over waarom ze zo vaak op spoed belanden. Vertrouwen opbouwen vraagt tijd, maar het maakt echte gesprekken nadien mogelijk.
“Als patiënten openstaan voor die aanpak, kunnen we beter bepalen wat voor hen het meest dringend is”, vervolgt hij. “Daarna brengen we de partners samen die het best kunnen helpen op alle mogelijke domeinen. Mijn ambitie is om de eindeloze cyclus van spoedopnames zonder perspectief te doorbreken, en deze mensen in contact te brengen met andere vormen van zorg en ondersteuning. In overleg met alle betrokken partners zoeken we samen naar oplossingen, stap voor stap, in het tempo van de patiënt. Ook dat maakt deel uit van het herstelproces.
Mijn ambitie is om zeer kwetsbare patiënten uit de uitzichtloze urgentielogica te halen en hen opnieuw te verbinden met andere vormen van ondersteuning (gezondheidszorg, huisvesting…).
— Julien Vande Weyer, maatschappelijk werker en casemanager in het UMC Sint-PieterCo-constructie en vereenvoudigen
”Volgens Frédéric Loboz draait het uiteindelijk om persoonlijk herstel. “De vraag is hoe kleine en grote stappen samen opnieuw betekenis kunnen geven aan het leven van deze mensen, en tegelijk deel kunnen uitmaken van hun zorg.”
Rond Andréa zat die ochtend een multidisciplinair team samen: de casemanager, een spoedarts van het ziekenhuis, haar maatschappelijk werker, twee medewerkers van de vzw Infirmiers de rue, haar bewindvoerder en twee sociaal werkers van het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Antonin Artaud, die het overleg begeleidden.
Een uur lang namen ze samen haar leven onder de loep: hoe ze woont, hoe ze eet, welke sociale banden ze heeft, hoe het gesteld is met haar fysieke en mentale gezondheid. De problemen waarmee Andréa worstelt hebben zelden één oorzaak. Ze grijpen in elkaar en versterken elkaar. Net daarom hebben oplossingen die gezamenlijk worden uitgewerkt meer kans op slagen.
“Dit overleg is echt goed voor mij, ik voel me hier veilig”, zegt Andréa met een glimlach. Ook haar bewindvoerder ziet de meerwaarde. “Voor de hulpverleners zijn deze bijeenkomsten minstens even belangrijk als voor de patiënt. Ze maken teamwork mogelijk en laten professionals ervaringen en verantwoordelijkheden delen. In sectoren waar burn-out vaak voorkomt, is dat cruciaal. Het kost tijd en middelen om zo’n overleg te organiseren, maar uiteindelijk maakt het de zorg efficiënter. Zonder deze samenwerking zou crisisbeheer de samenleving op termijn veel meer kosten.”
Voor mensen zoals Andréa verandert de spoeddienst zo geleidelijk van een laatste toevluchtsoord in een toegangspoort tot een duurzame begeleiding. Een manier om opnieuw tijd te geven aan wie zorg krijgt, en betekenis aan wie zorg verleent.
*Volgens de monitoring die momenteel in het UMC Sint-Pieter wordt uitgevoerd, zouden een twintigtal patiënten tijdens het eerste semester van 2025 meer dan 40 keer op de spoeddienst zijn langsgekomen.